Nekya logo logo avn

Vernieuwing als gevaar voor vervlakking

(Lezing Astrologisch congres Soesterberg 2005)
INLEIDING

 

Toen ik, alweer bijna een jaar geleden de uitnodiging om te spreken op dit congres ontving, had ik aanvankelijk een heel ander onderwerp waarover ik wilde spreken, dan hetgeen ik nu uiteindelijk gekozen heb. De omslag kwam niet alleen toen ik kennis nam van het onderwerp voor dit congres, maar ook door mijn ervaringen hier op het congres van vorig jaar waar zoveel nieuwe duidingspunten geïntroduceerd werden.

Daar wil ik u in deze lezing graag  mijn visie op geven en misschien ook wat alternatieven aanreiken, maar laat ik mij eerst voorstellen

 

Ik ben dus Threes Brouwers uit Den Bosch. U ziet hier mijn horoscoop, want hoe zou ik me beter voor kunnen stellen aan u als astrologen? Voor mij als waterteken zijn objectiviteit en feitenkennis niet mijn sterkste kanten. Tegelijkertijd kan ik me met die sterke jupiter-plutoconjunctie door een diepe innerlijke overtuiging laten leiden en in mijn gedrevenheid hoge vluchten nemen. Waarbij ik met mijn mercurius in tweelingen en heer 3 vierkant mars ook heel voorzichtig moet zijn om niet veel te snel te gaan praten.  Het zijn zo van die punten die een rol spelen bij een lezing. Andere conclusies laat ik graag aan uzelf over.

Wat de astrologie betreft: ik heb in de tachtiger jaren de opleidingen bij de Stichting Achernar en Odrerir gevolgd en daarbij zowel Karen Hamaker als C.G. Jung leren kennen als belangrijke inspiratiebronnen  in mijn leven en later ook in mijn werk als astrologe. Sinds 1986 heb ik een astrologiepraktijk in Den Bosch en geef ik les aan de volksuniversiteit aldaar en  beheer ik de School voor Toegepaste Astrologie, een beroepsopleiding waarvan u de brochure op de infotafel vinden kunt.

 

HOE VERNIEUWING ZICH AANDIENT

Zo, en dan nu  mijn verhaal. Zoals ik u vertelde wilde ik het aanvankelijk over iets anders hebben. Het was me namelijk duidelijk geworden dat als iemand meerdere kinderen heeft, de prominente punten uit de horoscoop van het eerste kind met het vijfde huis van de ouder overeenkomen,  die van het tweede kind met het zevende en die van het derde kind met het negende huis van de ouder etc. en daarbij had ik veel interessante voorbeelden met frappante vergelijkingen.

Ik kan het niet mijn eigen ontdekking noemen, want ik had er al eerder over gehoord, als ik het goed heb uit de hoek van de klassieke astrologie, maar ik had er nooit de juistheid van getoetst omdat het me zo ver gezocht leek. Totdat een leerling bij wie de huisheer van het 7e huis progressief sterk geactiveerd werd, me vertelde dat haar tweede kind in elkaar was geslagen en dat ze daar zo boos over was als ze met haar maan in weegschaal maar zelden was geweest en dat dit tweede kind haar altijd met de boosheid van haar mars had geconfronteerd. Mars was in haar horoscoop heer 7. Toen vonden we nog een aantal frappante overeenkomsten tussen de (positie van) de huisheer van 5 en haar eerste kind en de (positie van) huisheer 9 en haar derde kind en daarmee was het idee om open te staan voor een nieuw inzicht in de duiding, bij mij geboren. Uiteraard moest ik eerst nog een hoop onderzoek doen bij andere mensen met meerdere kinderen. En ook daar vond ik meestal de bevestiging van dit idee, maar niet altijd. Soms heeft dat te maken met het feit dat ik niet altijd op de hoogte was van miskramen en abortussen, want ik kwam sterke aanwijzingen tegen dat de ziel die hier niet geboren werd toch een aandeel in de horoscoop van de ouder krijgt. Maar er zou nog een hoop meer studie en onderzoek nodig zijn, voordat ik er een goed onderbouwde lezing over zou kunnen geven, en om meerder redenen besloot ik tot een ander verhaal. (hoewel ik u het idee, dat voor velen toch onbekend zal zijn, graag ter onderzoek aanreik).

 

VROUWELIJKE EN MANNELIJKE VERNIEUWING

Het was dus een idee dat zich in de praktijk had aangediend en dat mij uitnodigde tot een nader onderzoek, waarin ik misschien een nieuw inzicht in de horoscopie kon vinden.  Ik hoefde er niet zelf naar op zoek, maar slechts alert te zijn op wat op mijn pad kwam en vervolgens onderzoek te doen. Voor mij is het de enige manier waarop vernieuwing in ons oude ambacht tot stand komt. Het dient zich aan als de tijd er rijp voor is. We hoeven dus niet te zoeken naar vernieuwing, maar ogen en oren open houden zodat we datgene wat ons wordt aangeboden kunnen herkennen.

Iets zoeken en ergens naar streven is een mannelijke benadering. Ergens voor openstaan, iets ontvangen en erin meegaan is de vrouwelijke manier. Astrologie kan als esoterisch kennisgebied niet anders dan holistisch, dus in een evenwicht tussen het mannelijke en het vrouwelijke, benaderd en begrepen worden. Maar omdat de mannelijke aanpak vanuit onze culturele context wordt bevoordeeld, moeten we toch allemaal steeds heel bewust het vrouwelijke in onszelf de ruimte geven. Door momenten van bezinning in te bouwen kunnen we eerder herkennen wat ons wordt aangereikt.

 

UITBREIDING VAN DE DUIDINGSPUNTEN

Dat werkt dus ook zo bij vernieuwing in de astrologie, althans bij mij.

Zoals ik al zei was het besluit om het niet over het zoveelste kind in de horoscoop te hebben, maar over de recente uitbreiding van het aantal duidingspunten in de radix, ook het gevolg van de gevoelens die mij bekropen naar aanleiding van de lezingen op het congres van vorig jaar. Nu pas begreep ik precies wat Karen Hamaker in de les bedoelde als zij ons waarschuwde voor teveel duidingspunten in de radix omdat het de horoscoop tot een schietschijf maakt waarin het altijd raak is. Want welke uitspraak we ook doen, er kan altijd bevestiging voor gevonden worden in een van de vele duidingspunten,  Is het niet in het bekende instrumentarium van planeet in teken, huis en aspect, dan kunnen we tegenwoordig een volle kast met alternatieven open trekken en vinden we het wel bijv. in Cheiron of een van de overige ceintauri of in een van de mineure aspecten, of in dagpars of nachtpars, of in zwarte maan of zwarte zon en alle varianten die daar weer op bedacht zijn, of in een van de vele vaste sterren,  in midpunten of spiegelpunten, horoscoophelften of planeetpatronen,  kritieke graden, aspecten op tussencuspen, toe- en afnemende en/of  in- en uitgaande aspecten.…………….

En dan heb ik vast nog een heleboel vergeten.

Ik kan me werkelijk voorstellen dat mensen gillend hun toevlucht hebben gezocht tot de klassieke astrologie, die dan weliswaar, voor zover ik heb kunnen nagaan, nooit haar stellige uitspraken heeft kunnen bewijzen, maar tenminste een duidelijk afgebakend arsenaal aan instrumenten biedt, inclusief de illusie van concrete zekerheid voor de astroloog over de horoscoopdrager.

Wat willen we nog meer? Wel, dat is duidelijk. Een astrologie die niet alleen hanteerbaar is, maar ook nog werkt. We hebben hier echter te maken met subjectieve en objectieve oordelen die moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. De astrologie van mensen is nu eenmaal geen rationele wetenschap waarin logica en statistiek houvast kunnen bieden. Dat komt omdat we met mensen te maken hebben dus  onvermijdelijk met  psychologie, maar zodra we de psyche van de mens willen bestuderen, zal onze eigen psyche, als enige maar beperkte instrument daartoe, zijn eigen kleurende invloed uitoefenen op de resultaten. Het is daarom dat een objectieve psychologie naar het rijk der illusies verwezen dient te worden. En dat geldt dus ook voor de psychologische astrologie.

 

DE ROL VAN DE VIER ELEMENTEN

Dat heeft alles te maken met de vier elementen. Daar de hele aarde bestaat uit deze vier elementen kan de werkelijkheid die zij voortbrengt alleen begrepen worden vanuit  alle vier de elementen. De een is niet beter of belangrijker dan de ander, maar we kunnen er ook geen missen. Deze vierheelheid wordt door  Jung quaterniteit genoemd. En het getal 4 staat dan ook symbool voor de heelheid. In het objectief wetenschappelijk onderzoek worden de elementen aarde en lucht gebruikt en alles wat met de onzekere factoren van vuur en water te maken heeft, wordt als storende factor zoveel mogelijk uitgeschakeld. Even later zien we dat diezelfde storende factoren via een achterdeurtje weer binnensluipen om op een nog veel lastiger wijze roet in het eten te gooien. zo ontdekte men de niet uit te schakelen subjectieve factor van de psyche van de onderzoeker waarmee het afgebakende terrein van wat we met wetenschappelijk onderzoek kunnen, aanzienlijk werd versmald.

Daarom ook zal het ook wel nooit lukken astrologie op die zekerheid biedende manier te onderzoeken. Want de samenwerking van alle vier de elementen hebben wij ook nodig in de psychologische astrologie, waarbij wij dus ook een bepaalde onzekerheid zullen moeten accepteren. Het gaat er dan niet langer om, zowel in de psychologie als in de astrologie, wat de waarheid is, maar wat voor ons als individu van waarde is. Daarom gaat het ook ten aanzien van alle nieuwe punten die de laatste decennia in de horoscoopduiding zijn binnengeslopen, niet om wat waar is, maar of iemand er als individu iets mee kan. Als dat zo is, is het waardevol voor die persoon en ik heb dan ook geen enkel oordeel over astrologen die tal van voornoemde punten in de duiding betrekken. Maar zelf gebruik ik ze geen van allen en graag wil ik uitleggen waarom.

 

ASTROLOGIE ALS ESOTERISCH KENNISGEBIED

Ik kom er daarbij niet onderuit een filosofisch betoog te moeten houden waarbij ik het pad van de astrologie even lijk te verlaten. Maar daar alles met elkaar samenhangt is dat maar schijn.

Astrologie is voor mij een esoterisch kennisgebied, wat  betekent dat het een leer is voor ingewijden. Daarbij gaat het dus niet  alleen om kennis, maar ook  om wijsheid. Hoofd en hart dienen samen te werken om een goed astroloog te zijn. Als we ons, zoals zo vaak gebeurt in onze samenleving, beperken tot de elementen lucht en aarde zal de diepere dimensie van de astrologie ons ontgaan. In mijn lessen leg ik er altijd de nadruk op dat er vier voorwaarden zijn om uit te groeien tot een goed astroloog en wel:

 

 

 

  • kennis van regels en inhoudelijke betekenissen van de duidingspunten.
  • Concrete ervaring om de werkelijkheid te toetsen aan de theorie.
  • Intuïtie of aanvoelingsvermogen.
  • Zelfkennis en psychologisch inzicht.

In de eerste drie punten herkennen we de vier elementen, die alle vier nodig zijn om heelheid en inzicht te bereiken. Het laatste punt is dan het resultaat van dat inzicht.

Want via een samenspel van alle vier de elementen kan het evenwicht ontstaan dat voorwaarde is voor het bereiken van de totaliteit van de persoonlijkheid. Deze heelheid wordt door Jung het zelf genoemd. En hoewel het zelf, dat ook wel vergeleken wordt met de goddelijke kern in de mens, als zodanig nooit  helemaal bereikt kan worden, kan toch een goed contact met het zelf een geweldig hulpmiddel zijn bij de duidingen van horoscopen.

Het eerste punt is dus net als het tweede en derde punt, ondergeschikt aan en slechts een instrument voor de totaliteit. De regels en methodes kunnen we leren met het element lucht. Dat kan een proces in gang zetten dat ver voorbij het geleerde voert. Ik heb vaker gemerkt dat een andere astroloog met heel andere regels en opvattingen over de duiding tot een even waardevolle, zij het andere duiding van een horoscoop kan komen dan ik met  mijn invalshoek. En hoe vaak heb ik niet ervaren dat  de belangrijkste opmerkingen in het contact als vanzelf bij me bovenkomen,  maar me niet waren ingevallen bij de voorbereiding van de horoscoop? Op dat moment ervaar ik dat er iets anders aan het werk is dan mijn  rationele kennis van de horoscooponderdelen.

 

ASTROLOGIE ALS SYMBOLENTAAL

Als we de astrologische taal benaderen als een symbolentaal en daarbij de jungiaanse psychologie als uitgangspunt nemen, opent zich mijns inziens een nieuw perspectief. Jung wees erop dat we een symbool gebruiken waar de ratio het niet meer kan bevatten omdat de betekenis dieper reikt dan het verstand kan gaan. Symbolen kunnen archetypen activeren en dus emoties  oproepen. In deze opvatting zijn de planeten archetypische behoeften en drijfveren. Elke planeet staat symbool voor iets in onszelf dat wij kunnen gaan ervaren, herkennen en begrijpen als we de psychologische astrologie bestuderen. Hierbij worden onvermijdelijk ook diepere regionen van de psyche aangeboord. Maar eerst ervaren we dat onverwerkte emoties en complexen uit het persoonlijk onbewuste worden geactiveerd, daar zij de weg naar de diepere regionen in de psyche, waar wijsheid en inzicht ligt, kunnen blokkeren. Dat betekent dus eerst puinruimen om het goud daaronder te ontdekken. Dat goud staat symbool voor het inzicht dat het gevolg is van de heelheid. Het is de stem van het zelf waardoor wij ons bij een duiding kunnen laten leiden en dan ervaren we dat we precies het juiste zeggen op het juiste moment. Want over die vermogens beschikken we allemaal, maar ze kunnen behoorlijk geblokkeerd zijn geraakt door onverwerkte emoties.

Dit alles betekent dat het niet zoveel uitmaakt wat we allemaal toevoegen aan aandachtspunten in de duiding en dus aan dat eerste punt. Want aan de overige punten, die van even groot belang zijn, verandert er helemaal niets. Wat het eerste punt betreft, de methode, regels en duidingspunten die erbij worden betrokken, moet ieder van ons zelf uitzoeken wat voor ons werkt, vervolgens onderzoeken of het klopt met punt twee, om dan uiteindelijk te komen tot de laatste twee punten, die mijns inziens veel essentiëler zijn, maar ook een stuk lastiger te controleren.

We herkennen in intuïtie en aanvoelingsvermogen respectievelijk de elementen vuur en water. Ik neem deze twee begrippen hier nu even samen, maar in mijn lessen wordt altijd gevraagd naar het verschil ertussen. Jung noemde intuïtie om het hoekje kijken. Daarmee kunnen we dus dingen zien die niet via de rationele weg ontdekt zijn. Ook met water kunnen we  achterliggende zaken irrationeel achterhalen. Het resultaat is dus vaak hetzelfde, daarom neem ik ze hier samen. Maar het zijn wel heel andere processen. Vuur is een mannelijk element, wat inhoudt dat het intuïtieve weten ons invalt als een idee, meestal plotseling, maar ineens glashelder. Het gevoel dat bij een waterteken van binnen uit opborrelt, heeft als vrouwelijk element wat meer tijd nodig voordat het inzicht vorm krijgt en het lijkt meer van binnen uit te komen dan het intuïtieve idee van vuur.

water en vuur zijn bij uitstek de twee elementen die weinig zekerheid bieden, maar wel diep kunnen inspireren. Zodra een en een altijd twee is hebben we uitsluitend te maken met de wereld van lucht en aarde, waarop de eerste twee punten gebaseerd zijn. Maar vanuit een holistisch perspectief heeft elk element een functie en daarom is ook in de astrologie elk element even belangrijk.

Dat betekent ook dat we niet in de fout moeten vervallen het alleen met vuur en water te willen doen. De astroloog die heel erg intuïtief is en zonder enige opleiding gevoelsmatig gaat duiden, is daar een voorbeeld van. Het gevaar is dan enorm dat het vooral zijn eigen (ongekende) verhaal wordt dat de ander op de mouw wordt gespeld. Daarom zijn zelfkennis en psychologisch inzicht ook zo onontbeerlijk in het duidingsproces. Zij zijn zelf weer van elkaar afhankelijk, en tegelijkertijd voorwaarde tot als resultaat van de heelheid.

 

ASTROLOGIE ALS INWIJDINGSPROCES

Zo beschouwd, is astrologie als esoterische leer met een mystieke symbolentaal die wij leren ontcijferen dus ook een inwijding in ons eigen bewustwordingsproces, wat door Jung het individuatieproces wordt genoemd. De psychologische astrologie wordt dan ook niet voor niets wel vaker vergeleken met  moderne alchemie.

Het is duidelijk dat wij een ander niet beter kunnen begrijpen of verder kunnen helpen dan wij met onszelf zijn. Bovendien is het onmogelijk een probleem op te lossen op het niveau waarop het is ontstaan. We moeten er als het ware eerst van bovenaf naar kunnen kijken, er eerst bovenuit weten te stijgen om het te kunnen overzien. En daarvoor is het bewustwordingsproces een onontbeerlijke voorwaarde.  En daarom is het doormaken van dit proces een noodzakelijke voorwaarde om tot een goede duiding voor anderen te komen.

 

Maar de meeste mensen hebben erg veel moeite met de onzekerheid die voortkomt uit de elementen vuur en water. Wij leven nu eenmaal in een cultuur die de elementen aarde en lucht, als norm stelt en de onzekere factoren  van vuur en water tracht te elimineren.

De meest schrijnende voorbeelden daarvan vinden we mijns inziens in de pogingen van de mens om de natuur aan zich te onderwerpen in zijn verwoede, maar bij voorbaat verloren strijd zoveel mogelijk ziektes uit te bannen.

Diep van binnen regeert de angst voor het onbekende, voor pijn en lijden. En dus voor de duistere kant van de natuur die in wezen over vrouwelijkheid gaat. De invloed van de oude christelijke ethiek met zijn mannelijke scheiding van goed en kwaad heeft ons collectief bewustzijn lange tijd bepaald en reikt dan ook veel verder dan wij bewust kunnen begrijpen. Stiekem zijn we allemaal nog net zo bang voor dood en pijn ondanks alle nieuwe inzichten dat de grootste pijn wordt veroorzaakt door het te bestrijden, de mannelijke aanpak. Onzekerheid, ziekte en lijden vrouwelijk benaderen, dus accepteren als iets wat gewoon bij het leven hoort en zijn eigen functies heeft, staat voor velen nog ver van ons af. Want het betekent dat het ego niet overal greep op heeft en een machteloze factor in de totale psyche kan zijn.

Wel hebben we begrepen welk een enorme invloed onze eigen emoties, verwachtingen en angsten kunnen hebben op de werkelijkheid, zodat we verwoede pogingen doen om met allerlei meditaties en affirmaties positief te leren denken om op die manier alsnog het monster het hoofd te bieden en er controle over te krijgen om er vervolgens achter te komen dat datzelfde monster via allerlei achterdeurtjes  weer binnensluipt en dan nog veel groter blijkt te zijn geworden. Positief denken als afweermechanisme dus en we herkennen niet meer de mannelijke manier van strijd voeren tegen angst en onzekerheid.

Het vrouwelijke alternatief is voor velen minder aantrekkelijk op het eerste gezicht, maar heeft in tweede instantie verdieping en inzicht tot gevolg. Het is het waarnemen, accepteren, doorvoelen en daarna loslaten van de emotie om tot de diepere lagen ervan door te dringen.

 

ONZEKERHEID BINNEN DE ASTROLOGIE

De beste uitspraak die Jung mijns inziens ooit deed was: “Niks is zeker en zelfs dat is niet helemaal waar”. Ik heb vaak gemerkt hoe onzekerheid een diepe inspiratie-bron kan zijn voor inzicht en vernieuwing, waarna een nieuwe innerlijke zekerheid ervoor in de plaats komt. Niet als het resultaat van iets dat we najagen, maar als iets dat er altijd al was, maar nu  pas bereikbaar wordt door het toelaten van de uiterlijke onzekerheid in plaats van het bestrijden ervan.

Een voorbeeld daarvan is misschien het volgende. Als iemand bij mij komt voor een horoscoopduiding heb ik het wel terdege voorbereid, de mannelijke aanpak. Maar vlak voor iemand komt hou ik nog even een meditatie waarbij ik me zoveel mogelijk op de ander afstem en  eigen egokwesties tracht opzij te zetten, de vrouwelijke invalshoek. Het resultaat is dan dat ik aanvankelijk geen idee heb wat ik tegen de ander zou moeten zeggen. Daardoor voelt het houden van het consult aanvankelijk als een duik in het diepe waarbij ik steeds weer verbaasd ben hoe goed ik kan zwemmen. Het is het contact met een universele energie die dit mogelijk maakt, maar het is niet iets waar ik ooit greep op kan hebben met mijn bewustzijn. Vertrouwen en overgave zijn hiervoor noodzakelijk.

Maar ik heb wel alle vier de boven besproken punten nodig om daar te komen, inclusief het inzicht dat het gevaar om te falen desondanks altijd op de loer ligt, als gevolg waarvan ik me doorlopend op glad ijs voel. Maar dat juist houdt me alert en gespitst op emoties als waarschuwingssignaal.

HET GEVAAR VOOR VERVLAKKING

Met andere woorden: ik denk dat we de onzekerheid niet moeten bestrijden, maar ons erdoor laten uitnodigen als we echt goede astrologen willen worden. Dit zeg ik ook omdat ik zo vaak het gevoel heb dat nieuwe duidingspunten in de horoscopie erbij worden gehaald vanuit een bepaalde onzekerheid. Als het aloude duidingsmateriaal niet voldoende houvast biedt, is de verleiding groot om in de breedte te zoeken naar uitbreiding van de mogelijkheden. Ik heb het idee dat hoe meer duidingsmogelijkheden we in de horoscoop aanbrengen hoe meer nadruk er komt te liggen op het eerste punt. Nieuwe informatie die we niet zelf hebben ontdekt moet immers eerst verwerkt worden voordat het als instrument kan gaan functioneren? Als er teveel op ons afkomt dat nieuw is, kan dat mijns inziens de intuïtie blokkeren en de duiding te rationeel maken zonder dat we nog aan enige verdieping toe kunnen komen. De hoeveelheid duidingsmateriaal kan volledig het zicht ontnemen op de verbanden en de totaliteit doordat de ratio  de toegang tot de diepere of hogere regionen van de psyche blokkeert.

En dan is vervlakking het resultaat van vernieuwing.

Ik zie dat proces elk jaar bij veel van mijn tweedejaarsstudenten terug. Zodra alle informatie over de huisheren aan het oorspronkelijke materiaal is toegevoegd ziet menig luchtteken door de planeetbomen geen enkel horoscoopbos meer doordat zo’n hoeveelheid niet langer rationeel te bevatten is. Prima, houden zo, zeg ik dan altijd. Want juist de frustratie over het niet meer bevatten kan het bewustzijn even op een lager pitje zetten en daarbij ruim baan maken voor het intuïtieve proces. Loslaten van de drang het rationeel te bevatten is dan het devies om de symbolen van binnenuit te laten werken. Maar met nieuwe duidingspunten zal dat niet zo gauw lukken, want het zijn nog geen symbolen. We moeten het immers eerst onderzoeken en als het ons dan pakt kunnen we er een relatie mee aangaan en kan de informatie als instrument voor het innerlijke proces gaan werken. Maar de vraag is of dat nodig is en of het iets toevoegt dat we anders moeten missen.

OVER CHEIRON EN DE TRANSSATURNALE PLANETEN.

Als ik bijv. de duidingen hoor van cheiron en de overige ceintauri, kan ik me maar niet aan de indruk onttrekken dat ik deze inhoud al kende van de collectieve mysterieplaneten. Zijn de ceintauri dan niet alleen maar een soort vertalers voor ons? Vertalers van die nieuwe aangeboorde dimensie van de transsaturnale planeten uranus, neptunus en pluto waar we nog steeds niet mee om hebben leren gaan? Zij leggen immers de link tussen saturnus en de transsaturnale planeten? Dan kan het toch ook zijn dat hun komst ons voorbij saturnus de weg wil wijzen naar het collectief onbewuste, de wereld van deze onpersoonlijke planeten die ons voorbij de begrenzing van het ego voert? Maar dit zijn allemaal filosofische en dus subjectieve speculaties. Maar ik heb de indruk dat veel cheironduidingen op even los zand zijn gefundeerd.

Maar zelfs als cheiron en de overige ceintauri ons meer te zeggen hebben, dan heb ik nog steeds het gevoel dat er veel meer ervaring en onderzoek nodig is voor we er echt iets mee kunnen. De transsaturnale planeten, die al een of twee eeuwen geleden zijn ontdekt, stellen ons immers ook nog steeds voor gigantische raadsels en onoplosbare conflicten omdat het collectieve krachten zijn waarbij wij te maken hebben met het collectief onbewuste, waar de archetypen heersen. De mystieke wereld waar eenheid heerst maar die door het ego ervaren wordt als bedreigend omdat het er geen vat op heeft. Dat heeft ons mensen met hele nieuwe dimensies geconfronteerd waar we nog lang niet mee klaar zijn, we zijn nog maar in de ontdekkingsfase met deze relatief jonge planeten. Tot die tijd zullen de meesten van ons zich voornamelijk overgeleverd voelen aan de krachten van uranus, die vernieuwing afdwingt, neptunus die onthechting eist en pluto die om afsterven vraagt. Maar we zijn er allemaal mee aan het experimenteren en sommigen komen al een heel eind maar er is nog een lange weg te gaan.

Hoe zit dat dan met cheiron? Hoeveel onderzoek, maar vooral ervaring is er nodig om er echt iets zinnigs over te kunnen zeggen? De meeste astrologen zijn er wel van overtuigd dat de collectieve gebeurtenissen in de wereld ten tijde van de ontdekking van de mysterieplaneten de mens de weg heeft gewezen naar de symboliek ervan. Maar wat dat betreft heeft cheiron weinig houvast geboden. De meest opvallende nieuwe tendens in de wereld was de geboorte van de eerste reageerbuisbaby, wat tot gevolg had dat menig astroloog cheiron aanvankelijk koppelde aan allerlei nieuwe vormen van zwangerschap en geboorte. Maar dat hield niet lang stand, omdat het al gauw door de werkelijkheid werd ingehaald. Ook als heer van maagd en/of weegschaal kwamen we cheiron tegen, (in dat laatste geval als een belangrijke aanduider van creativiteit)  want daar misten we immers nog iets? Het waren zeer rationele benaderingen. Uiteindelijk hebben we in de mythologie de gewonde genezer gevonden, een symbool dat ik mijns inziens niet zomaar kan gebruiken bij de horoscoopduiding  voor een ander zolang ik het zelf niet helemaal doorvoeld heb.

Ik betrek cheiron dan ook niet in mijn verhaal.

WERKEN MET DE OUDE DUIDINGSINSTRUMENTEN

Hoe minder duidingsonderdelen we bij de duiding betrekken, hoe meer we uitgenodigd worden er de verschillende lagen van te ontdekken en alle dimensies ervan te onderzoeken en dan komen we tot het inzicht dat we niet alleen onze handen vol hebben aan alle informatie omtrent de tien planeten in teken huis en aspect , maar vooral dat alles wat iemand zelf ervaart en meemaakt met dit materiaal wordt gedekt. Ik heb zo vaak verhalen over iemands horoscoop gehoord die werden opgehangen aan parsen, cheiron of een van de andere bovengenoemde punten, terwijl ik dan zelf dacht precies te kunnen aanwijzen hoe diezelfde informatie al in het aloude materiaal herkend kon worden. Dan heb ik het dus wel expliciet over wat iemand ervaart en meemaakt en niet over mystieke en niet te achterhalen zaken uit vorige levens, want dat ijs is me te glad. Ik wil me alleen bezighouden met zaken die controleerbaar en verifieerbaar zijn voor de horoscoopdrager en niet teveel van zijn/haar geloof vragen, want het is al zo moeilijk om in de astrologie met twee benen op de grond te blijven. Waar het mij om gaat is dingen met elkaar in verband te brengen en op die manier inzicht en een zinvol kader aan te bieden zodat het gebeurde beter begrepen en hanteerbaar wordt dan zonder zicht op zinvolheid. Daar heb ik geen van boven besproken punten bij nodig.

Natuurlijk moet ik er ook over nadenken of hier bij mij een bepaalde angst voor vernieuwing achterzit, wat uiteraard best kan met een ongeaspecteerde uranus in 12, maar er is me nog een ander punt opgevallen dat ik in dit kader graag met u zou willen bespreken.

Misschien dat als we het aloude duidingsmateriaal anders leren hanteren we er de diepte en  vele mogelijkheden van kunnen ontdekken.

Mij is namelijk regelmatig opgevallen bij allerlei duidingen dat een paar, toch heel bekende regels, heel vaak wordt verwaarloosd, nl. dat elk detail van de horoscoop wordt gedirigeerd door het totaal en dat iets er pas uit komt als het er vaker instaat. Dat houdt in dat het niet mogelijk is iets zinnigs te zeggen over een enkel onderdeel, zonder te zien hoe het geheel er invloed op uitoefent. We weten toch allemaal dat elk onderdeel talloze uitwerkingsmogelijkheden kent, maar dat er zich in de praktijk  slechts een paar zullen voordoen?  Natuurlijk is het vooral de vrije wil van de horoscoopdrager die hier veel invloed op heeft, en die elke duider van een horoscoop met onzekerheid confronteert, maar los daarvan kunnen we toch, als we elk deeltje houden tegen het licht van het geheel, een heleboel behoeftes, neigingen, mogelijkheden en valkuilen met grote zekerheid aanwijzen, inclusief de verbanden tussen oorzaak en gevolg en de zinvolheid ervan.

Daarbij moeten we op de eerste plaats de thema’s in de horoscoop leren herkennen door te zien wat er het vaakste instaat. Om te beginnen kunnen we dan vanuit elk detail van de horoscoop zoeken binnen dat bepaalde astrologische principe naar bevestigingen elders. (Even, voor het geval u met die term niet bekend bent: we hebben 12 astrologische principes die elk bestaan uit een teken, huis en planeet die bij elkaar horen; zo zal niet alleen venus iets vertellen over ons relatiebehoefte, maar heer 7 eveneens).

Op zich weten we allemaal dat we pas iets treffends over bijv. jupiter in teken en huis kunnen zeggen als we daarbij ook diens aspecten betrekken.  Maar natuurlijk moeten we daarnaast ook een blik werpen op het negende huis en diens huisheer. Want juist daarin wordt de persoonlijke ervaring van de horoscoopdrager met de archetypische oerkracht van de planeet, weerspiegeld. Vooral door de huisheer zelf, want we weten immers dat een eventuele planeet in dat huis ondergeschikt is aan zijn huisbaas? Naar mijn ervaring wordt het belang van de huisheren heel vaak onderschat in de duiding. Als ik iemand vraag naar zijn/haar persoonlijke ervaring op het vlak van een bepaald huis, zie ik hoe in het antwoord het verhaal van de huisheer zich ontvouwt. Zo kunnen we met behulp van huisheren zelfs horoscopen bijstellen.

HET RELIËF IN DE HOROSCOOP

Met behulp van de huisheren kunnen we reliëf aanbrengen in de horoscoop, doordat we thema’s kunnen herkennen in  die verbanden die het vaakst in de horoscoop staan. Zo zal een maan-plutoconjunctie eerder en sterker uitwerken als er meerdere vier-achtverbanden in de horoscoop staan.

Ik laat u even alle mogelijkheden zien op het scherm:

maan in aspect met pluto
maan in schorpioen, pluto in kreeft
maan in het 8e huis, pluto in het 4e  huis
maan in aspect met heer 8, pluto in aspect met heer 4.
heer 4 in aspect met heer 8
heer 4 in het 8e huis en heer 8 in het 4e huis.

Er zijn dus in totaal 10 mogelijkheden per principe om dezelfde verbinding in de horoscoop aan te treffen. Als er eveneens sprake is van bijheren worden die mogelijkheden nog uitgebreid. Daarmee vinden we dus de bevestiging of de bekrachtiging van een andere horoscoopfactor binnen hetzelfde principe.

Niet dat heer vier in aspect met heer 8 precies hetzelfde is als pluto in aspect met de maan. Er is nu eenmaal een verschil tussen huizen en planeten. Maar er zijn ook veel overeenkomsten, al moeten we het bij de huizen altijd naar omstandigheden vertalen. Als heer 4 en heer 8 zich met elkaar verbinden zijn situaties waarin naar veiligheid wordt gezocht altijd op een of andere manier verbonden met omstandigheden waarin het persoonlijk onbewuste actief is. Dit  zal als concrete ervaring bij de horoscoopdrager eerder bewust zicht geven op de oerbehoefte van een maan-plutoaspect dan wanneer zulke omstandigheden zich niet voordoen. Daarom blijft in de ene horoscoop zo’n maan-plutoverbinding in het onbewuste als stoorzender hangen, terwijl een ander er al snel een ontwikkeling in doormaakt.

Zo kunnen we, door ons te beperken tot hetgeen het vaakst in de horoscoop staat, vaak al direct de spijker op de kop slaan, zonder ons op zijpaden te begeven.

WERKEN MET BEKRACHTIGINGEN

Dit systeem van bekrachtigingen zoeken binnen een bepaald astrologisch principe, waarmee ik al langer werk, heb ik later teruggevonden in het cursusboek van Halbe v.d. Velde (dat ik  lang geleden heb bestudeerd), zodat ik aanneem  dat hem de eer toekomt.

Maar dit systeem kent, zoals elke methode, zijn beperkingen. Op de eerste plaats moeten we het niet al te schematisch aanpakken omdat dit je intuïtie kan blokkeren. Vooral aarde- en luchttekens kunnen hier helemaal in een berg informatie de weg kwijt raken.

Bovendien zijn met name bij het eerste en tiende principe de verschillen tussen planeet en huisheer wel heel erg groot. Het verhaal van saturnus in een is immers op het gebied van onzekerheid en faalangst, niet het verhaal van een aspect tussen heer 1 en heer 10. Terwijl de overeenkomst binnen andere principes duidelijk veel sterker is. Als bijv. mercurius in het 12e huis staat zal elke andere verbinding tussen het 3e en 12e principe eveneens aangeven dat het denken zich met het hogere verbindt, op welk niveau dan ook. Bij alle andere principes dan het 1e en het 10e  werkt het heel goed om de accenten te vinden. Dat is geen probleem als we er de thema’s uit de horoscoop mee willen vinden want planeten die een verband hebben met een of beide uitgangen krijgen altijd  al een extra accent.

Een ander bezwaar bij dit systeem is dat de uitwerking van een bepaald principe ook versterkt kan worden door een neiging uit een ander principe. Zo kennen neptunus en saturnus allebei hun onzekerheid, al komen ze bij beide uit een heel andere hoek. Maar als ze beide sterk staan moet met deze overeenkomst die als een bekrachtiging werkt, wel terdege rekening gehouden worden.

Kortom een pasklaar systeem is niet te geven, en hoeft ook niet gegeven te worden want past helemaal niet bij de astrologie omdat het teveel aarde/lucht is. Ook is het niet mogelijk een netwerk van verbanden uit te tekenen op het scherm, omdat alles met elkaar samenhangt. Maar als we de besproken punten  bij het duiden in het achterhoofd houden, kunnen ze je mijns inziens de weg wijzen door de horoscoop. Natuurlijk is daar veel oefening voor nodig, en de een lukt het eerder dan de ander. Daarbij lijken vuur en/of watertekens nogal eens in het voordeel.

DE HOROSCOOP VAN JUNG ALS VOORBEELD

Ik wil mijn werkwijze verder verduidelijken aan de hand van het volgende voorbeeld.

Hier ziet u de horoscoop van Jung. Ik ben me ervan bewust dat er nog een versie in omloop is met een steenbokascendant, maar na lezing van verschillende biografieën  ben ik zo vrij geweest voor de watermanascendant te kiezen. Omdat Jung ook saturnus, de dispositor van steenbok, in het eerste huis heeft, is er al sprake van een behoudende, beperkende en structurerende invloed via deze weg. Maar Jung was te zeer een excentriekeling en introverte man voor een steenbok ascendant. Bovendien laat de wat zwakke positie van de planeet uranus in zijn horoscoop zien dat de excentriciteit en de eigenheid die zo karakteristiek waren voor Jung, daar niet vandaan komt  Jung voelde zich altijd anders en onbegrepen, een van de mogelijke uitwerkingen van saturnus in de watermanascendant.  Bovendien komt het duet tussen zon en neptunus  bij de watermanasc. in contact met die asc. wat bij de steenbok ascendant niet het geval zou zijn geweest (Ik gebruik nl. geen aspecten buiten teken).

 

In Jungs horoscoop vallen direct een paar thema’s op als we op de traditionele manier naar de accenten in de horoscoop kijken:

Het jod met pluto, mars, jupiter;

het t-vierkant met asc. zon/neptunus die in een duet staan.

En het t-vierkant van saturnus-mc. en pluto.

In al deze aspectconfiguraties zitten heel wat mogelijke uitwerkingen. Alleen al in het jod zitten, inclusief het verhaal van de huisheren, 18 op elkaar ingrijpende duidingsdetails. Daar moeten we dan ook nog de sfeer van het jod aan toevoegen.

De kunst wordt dan om in deze veelheid de rode lijn van de details te scheiden. Dat lukt door te gaan kijken wat er het vaakst instaat. Daarmee kunnen we  ons verhaal gaan afbakenen en toespitsen op wat we het vaakste tegenkomen.

Als we bijv. naar het laatste t-vierkant van saturnus kijken dan valt al op dat saturnus als 10e planeet eraan meedoet, samen met het mc. die ook bij het 10e principe hoort en als dan bovendien blijkt dat de andere planeet van het t-vierkant, pluto, de heer is van het 10e huis, dan moeten we ons verhaal toespitsen op het 10e principe, bijv. Jungs ambitie en maatschappelijk functioneren.

Het verhaal van dat t-vierkant moeten we echter niet los zien van het verhaal van het jod, omdat heer 10 als pluto ook op de apex van het jod staat, zal de jodwerking in het gehele maatschappelijke gebeuren meegenomen moeten worden.

Als we dan naar het jod kijken, herkennen we daarin de dominantie van het 9e principe. Kijk maar, pluto is heer 9 en verbindt zich met jupiter enerzijds en een planeet in het negende teken, boogschutter anderzijds. Maar het 8e principe laat zich hierin ook niet onbetuigd met pluto en een planeet in 8 erbij betrokken. Daarom zien we bij dit jod de filosofische zoektocht van het 9e principe samengaan met de dieptepsychologie en de intensiteit van het 8e principe. Als we deze twee thema’s psychologisch met elkaar verbinden begrijpen we wat we in zijn biografieën tegenkomen.

Daar alle genoemde punten in verband staan met het 10e principe waar we zijn sociaal maatschappelijk functioneren tegenkomen, gaan we eerst kijken wat er bekend is over zijn werk en hoe hij daarmee omging.

Jung stond erom bekend dat hij bij tijd en wijle een ongelooflijke energie had waarbij hij werkdagen maakte van 7.00 uur ‘s morgens tot soms laat in de avond, een uiting die natuurlijk in belangrijke mate door het mars-plutoaspect wordt bepaald. Maar dat is het niet alleen. Niet iedereen met zo’n aspect ervaart dit immers zo? We moeten dan ook naar de horoscoopfactoren kijken die ermee te maken hebben. Het feit dat dit inconjunct onderdeel is van het jod waarin het 9e principe  overheerst, is hierbij van groot belang, we weten immers hoe grenzeloos dit kan uitwerken als we door een ideaal gegrepen worden. Vooral als het 8e principe van intensiteit daarbij betrokken is, waarmee vertrouwen in onbewuste processen wordt aangegeven, en ook dat hij diep ergens in kon geloven en juist dan niet meer te houden was. We zien dus dat als we het mars-plutoaspect vanuit deze invalshoek duiden, een belangrijk aspect van de mens Jung ten voeten uit naar voren treedt.

De overige duidingsonderdelen van het jod zijn minder van belang. Er is bijv. ook nog sprake van mars in 11 sextiel  heer 11. Zijn watermanascendant bevestigt het belang van het 11e principe, maar van de andere kant is uranus als oerkracht wel erg zwak in zijn horoscoop. Terwijl pluto op het i.c. hier juist een veel dominantere positie inneemt. Daarom kunnen we het jod duiden in het licht van dat verband tussen het 8e en het 9e principe en wat hij in groepen meemaakt, daarmee in verband brengen.

Elk 8-9 verband wijst op de behoefte onbewuste processen in een breder verband te plaatsen. Of dat lukt kunnen we nooit weten, want het niveau blijft onderhevig aan de vrije wil en de keuzes die in het verleden zijn gemaakt

Maar we kunnen zeker stellen dat de zoektocht naar zinvolheid uit het 9e principe verbonden is met de strijd met het persoonlijk onbewuste uit het 8e principe, en we kunnen daar alle mogelijkheden en valkuilen van schetsen en zo een belangrijk aspect van de horoscoop duiden.

Van de overige huisheren die nog bij het jod betrokken zijn, moeten we alleen nog kijken of we ze erbij moeten betrekken door naar de overige horoscoopfactoren te kijken die ermee te maken hebben.

Zoals bijv. heer 10. Er is in deze horoscoop namelijk meer aan de hand rond het 10e principe.

Laten we het eerst op een rijtje zetten:

Saturnus in 1

Saturnus vierkant mc.

en vierkant heer 10 in een t-vierkant

Heer 10 oppositie het mc.

Het feit dat pluto heer 10 is en oppositie het mc. staat, zal hier de ambitie van saturnus enorm versterken. Dus diezelfde ambitie zit ook in het jod. Omdat Pluto als heer tien op de apex van een jod staat met planeten als mars en jupiter, zullen intensiteit en inzicht in achterliggende verbanden samengaan als hij gegrepen wordt door iets uit de dieptepsychologie, waar jupiter in acht ook helemaal voor kan gaan. Door de deelname van mars was al zijn energie, geconcentreerd door pluto, gericht op dit proces.

Met het eerst genoemde t-vierkant met saturnus op de apex, was het nog mogelijk geweest dat a.g.v. onzekerheid de blokkerende  kant van saturnus  in het eerste huis de overhand zou hebben gekregen, temeer daar saturnus ook als heer 12 deze uitwerking kan versterken, zeker in zijn vierkant met mc. en heer 10. Maar de enorme gedrevenheid van het jod dat verbonden is met heer 10, inclusief de ongeaspecteerde zon in leeuw oppositie de ascendant, geeft aan dat hij zo nu en uiterst ambitieus bezig kon zijn en dat saturnus vooral als een ongelooflijk doorzettingsvermogen kon uitwerken. Hoewel Jung er ook om bekend stond dat hij  autoritair en moeilijk kon zijn tegen wie hem niks te bieden had, wat weer o.a. door het aspect met pluto wordt versterkt in samenhang met zijn ongeaspecteerde leeuwzon.

Een andere huisheer uit het jod die we niet over het hoofd mogen zien is bijheer 2. Er is in deze horoscoop nl. ook een en ander aan de hand rond het 2e principe. We zien namelijk hoofdheer 2 ongeaspecteerd uitwerken door diens duet met de zon en nog versterkt door de aspecten op de uitgangen. En dat terwijl de maan conjunct pluto in  het tweede teken stier staat en venus als oerkracht voor deze energie, een conjunctie met  heer 8 maakt. Daarom moeten we ook daarnaar gaan kijken.

In het tweede huis ontdekken we het element aarde en doen we onze eerste ervaringen op met de materie en ons eigen lichaam. We kunnen hier ook heerlijk genieten van al het goede dat de aarde biedt en zitten hier duidelijk op een ander spoor dan in het tiende huis.

Jung stond er ook om bekend regelmatig lange vakanties op te nemen, die soms in totaal wel de helft van alle beschikbare werktijd per jaar in beslag namen. Meestal trok hij zich dan terug om via  de natuur in contact met zijn onbewuste te komen;  Dat het juist die kant op ging is begrijpelijk als we zien hoe het eerder besproken jod verbonden is met zijn maan-plutoconjunctie  in de stier, waarmee hij zich lekker voelt bij plutonische zaken op een stiermanier (de natuur). Ook de 9/8 situatie uit het jod geeft veel vertrouwen in 8e huis processen. Overal waar we het 9e principe tegenkomen zijn we geneigd daar ons heil te zoeken en daarin te geloven, hoe moeilijk het ook is. Er zijn dus al veel aanwijzingen in de horoscoop die gaan in de richting van zich aangetrokken voelen tot het onbewuste, maar toch zijn er zat mensen die dit hebben zonder dat het zo uitwerkt. Daarom is het de vraag of de maan-pluto conjunctie, die op zich heel wijd van orb is, bekrachtigd wordt door andere 4/8 verbindingen in de horoscoop. We zien dan het volgende:

Heer 4 conjunct heer 8

Maan sextiel heer 8

Maan sextiel bijheer 8

De conjunctie van heer 4  en heer 8 staat er heerlijk harmonisch bij en in het 6e huis, sextiel heer 6, komt hij dit vooral tegen in werkomstandigheden.

Dat zijn dus allemaal 4-8 verbindingen in combinatie met jupiter wat aangeeft dat hij daar een bepaald vertrouwen in had. Maar gezien het sterke achtste principe in het jod, ook voortgedreven werd door demonen die hem niet met rust lieten.

Tegelijkertijd, en dat is dan weer een heel ander thema in zijn horoscoop, kon hij heerlijk lui genieten van al het goede wat de aarde biedt, wat we natuurlijk begrijpen met een maan in stier, waarbij de conjunctie met pluto de intensiteit van de behoefte weergeeft. Maar ook hier zit het weer niet in een ding. Niet iedereen met maan in stier kent deze uitwerking. We zien hier op de eerste plaats de versterking door het sextiel van maan en venus. (waaraan we venus als heer 4 als zwakke bekrachtiging mogen toevoegen) Maar het is hier zeker ook neptunus als ongeaspecteerde heer 2. Een ongeaspecteerde huisheer, zal immers, zeker in combinatie met de zon en de asc.,de behoeftes van het tweede huis sterk benadrukken. Dan vallen de stukjes op zijn plek en beginnen we de persoon van Jung te herkennen. Want heer 2 in duet met de zon, laat ons ook zien dat hij juist in dat 2e huis zichzelf kon vinden, maar ook dat er een grote worsteling met liquiderende neptuniaanse krachten voor nodig is om het ego een stevig fundament (2e huis) te geven. Bijheer 2 sextiel heer 12 bevestigt dan dit thema. De planeet als huisheer is minder van belang, maar als neptunus als heer 2 bekrachtigd wordt door bijheer 2 sextiel heer 12, zal het spirituele en passieve van het 12e huis zich verbinden met die zoektocht in twee.  Daarnaast heeft datzelfde zon-neptunus-duet op de ascendant (samen met pluto oppositie m.c., omdat het beiden aspecten op uitgangen betreft) er ook altijd voor gezorgd dat Jung een enorm charisma had en door anderen op een voetstuk werd gezet. We mogen echter de ongeaspecteerde neptunus in aspect met de asc. weer niet los zien van het feit dat heer 12 in het eerste huis staat en zich ook weer met het 10e principe verbindt. Hij werd, met name door de invloed van pluto ook als een veel sterkere persoonlijkheid  beschouwd dan hij zichzelf ervoer. Ook heer 2 komt in contact met de asc. vaak zekerder over. Maar als leeuw met een ongeaspecteerde zon had hij a.g.v. al die complimenten en bevestigingen al helemaal niet veel last van het gebrek aan zelfvertrouwen dat we ook vaak als uitwerking zien van een zon-neptunusconflict. Door de charismatische uitstraling van dit duet in verband met de asc. waar de kracht van pluto oppositie mc. nog een indrukwekkende schep bovenop heeft gedaan, kon ook saturnus in het eerste huis in vierkant met het mc. en heer 10, niet uitwerken als onzekerheid en faalangst waarmee hij zich geen houding wist te geven, naast  melancholie en pessismisme. Want daarin had hij zich ook terug kunnen trekken.

Maar saturnus  blijft saturnus en zoekt zich dus een andere weg die wel past binnen de horoscoop. We zien hem in conflict met pluto in drie. De plaatsing in het eerste huis heeft alles met contact met de buitenwereld te maken en ook in het derde huis is dat een thema. Daar, in combinatie met die pluto in drie, versterkt door heer 3 conjunct heer 8 en mercurius conjunct bijheer 8, werd het een contactueel probleem. We zien immers dat steeds als het 8e principe zich ergens mee verbindt we te maken krijgen met conflicten als gevolg van projecties of het doorvoelen van angst en pijn om tot verdieping te komen. Een verdieping die vaak als een dwingende innerlijke stem wordt ervaren bij het 8e principe. Vaak is  eerst het proces van projectie nodig om later tot verwerken en inzicht te komen.

Jung voelde zich anders en onbegrepen en had het idee bepaalde dingen te moeten zeggen die men liever niet hoorde. En daarin was hij wel eenzaam. Een typische uitwerking ook van het jupiter-saturnus aspect. Omdat ik ook heer 9 in drie zie staan, moet ik ook naar jupiter kijken. Want de dingen die hij dacht te moeten zeggen lagen ook vaak op het vlak van jupiter en heer 9. Dit zijn dan ook de beide punten die in het jod zitten en eveneens met saturnus, die de eenzaamheid aangeeft, zijn verbonden. Dan hebben we het nog niet gehad over de dwingende lotsbepaaldheid van het jod, die natuurlijk ook geen onaanzienlijke vinger in de pap heeft.

Op deze manier kunnen we volgens mij alle informatie die bekend is over Jung in zijn horoscoop terugvinden zonder dat we een van de eerder genoemde nieuwe duidingspunten of regels nodig hebben. Ik  hoop dat ik heb kunnen aantonen hoe we alles met elkaar in verband kunnen duiden en hoe groot daarbij het belang  van de huisheren is.

Alleen ongeaspecteerde en andere zeer prominente planeten kunnen zo sterk uitwerken dat zonder bekrachtiging van andere horoscoopfactoren, toch sprake is van een duidelijk herkenbare uitwerking. Zoals Jungs charisma dat te maken heeft met zijn duet , maar dat bovendien nog met heel veel andere dominante thema’s in zijn leven verbonden is. Zo zien we bijv. dat de verbondenheid van dit duet met zijn  watermanascendant  duidelijk verwijst naar zijn langdurige zoektocht naar zijn eigen spiritualiteit. Dit thema kunnen we echter weer niet bestuderen zonder de positie van heer 12 in eerste huis op de apex van dat andere t-vierkant te betrekken. Door de grote betrokkenheid  van het 10e principe hier, zien we, omdat ook de zon met spirituele punten verbonden is, dat het de ervaring met zijn vader is geweest (die overigens predikant was) waardoor Jung uiteindelijk zijn eigen weg vond in het mysterie van het 12e principe. De problematische aspecten geven de strijd weer die hij hiervoor moest voeren.

Natuurlijk valt er over alle aangehaalde horoscoopfactoren nog veel meer te zeggen dan ik hier heb gedaan, maar het gaat er mij niet om volledig te zijn, maar om een duidingsmethode te laten zien die ons helpt door de details  met het geheel te vergelijken de rode draad te ontdekken die in iedere horoscoop zit.

De rest kunnen we in de duiding overslaan en hebben we dus niet nodig, want iets dat er maar een keer instaat zal  aan de aandacht ontsnappen  doordat het gedomineerd wordt door sterkere thema’s.

Op die manier ontstaat als vanzelf zicht op het reliëf in de horoscoop. Het is dat inzicht dat ons de weg wijst in de enorme hoeveelheid duidingsinformatie door te laten zien waar we het wel en waar we het niet over moeten hebben. Het is het meeste houvast en de grootst mogelijke zekerheid die we hier als duiders kunnen vinden.

DE INNERLIJKE ZEKERHEID VAN HET ZELF.

Meer heeft de horoscopie mijns inziens niet te bieden. Elk systeem, maar ook elk duidingspunt dat meer zekerheid suggereert, is uiteraard aantrekkelijk voor ons zoekende ego en lijkt een behoefte te bevredigen. Maar de vraag is of dat ook echt gebeurt. We kunnen de wijze waarop we geneigd zijn met onzekerheid om te gaan in het dagelijks leven, niet gescheiden zien van hoe we omgaan met onzekerheid in de astrologieduiding. Het omgaan met een esoterisch kennisgebied als de astrologie vraagt om doorlopende waakzaamheid omdat we ermee zo gemakkelijk in geloof vervallen. In astrologie hoef je niet te geloven, moet je zelfs niet geloven. Maar als je het onderzoekt zie je dat en hoe het werkt. Zodra we gaan geloven verflauwt onze interesse in onderzoek en wordt het gevaar voor projectie erg groot. Zoals we vroeger onze archetypische behoefte aan veiligheid en zekerheid neigden te projecteren op de kerk waarmee afhankelijkheid en verstarring de gevolgen waren, zo kunnen we dat nu doen op allerlei nieuwetijdsverschijnselen. Daarbij zijn vooral de “ismes” populair. Maar het goud zit in onszelf en kan nergens buiten ons gevonden worden. Astrologie en andere esoterische kennisgebieden kunnen alleen als instrument dienen om die innerlijke rijkdom te ontdekken.

Alleen een astrologie die van binnen uit komt kan innerlijke zekerheid bieden, maar dat is een zekerheid die statistisch nooit te bewijzen valt.

Soms moeten we op een mannelijke manier onzekerheid bestrijden en zoeken naar of zelfs vechten voor een oplossing. Maar vaak ook moeten we op een vrouwelijke manier naar onzekerheid kijken en zien wat het ons te vertellen heeft. En het is met onzekerheid niet anders dan met het lijden en de pijn die daarbij hoort Als wij de duisternis wanneer die op ons pad komt, leren beschouwen en ermee in contact treden in plaats van ze te bestrijden, kunnen we pas goede astrologen worden en dan maakt het helemaal niet meer uit welke instrumenten we daarbij gebruiken.

Graag zou ik, na u uitgenodigd te hebben om met vragen en opmerkingen te komen, willen afsluiten met het volgende gedicht:

Laat duister je omarmen
en licht zal je verwarmen
Na het stervend streven
en pijnlijk overgeven
wordt uit het ochtendgloren
het zelf in ons geboren.

Dank u wel!